Freinetschool De Boomgaard
Bommelstraat 24, 9000 Gent
Tel.: 09 220 88 58
Fax.: 09 220 83 58
E.mailadres: deboomgaard@gent.be
|
Schooladres |
Inschrijving |
Openstellen van de school
|
Informele contacten |
Lichamelijke opvoeding op school Lichamelijke opvoeding
|
Extra-muros activiteiten (EMA) Voorwaarden en bijdragen |
Pesten
|
Centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB)
|
| Bijlage 1: Stad Gent - Openbaar onderwijs | Bijlage 2: Organigram freinetschool De Boomgaard Schoolverantwoordelijke
|
Bijlage 3: Afspraken met kinderen over pesten Als je pest
|
Goedgekeurd in de zitting van het college van burgemeester en schepenen van
Freinetschool De Boomgaard,Bommelstraat 24, 9000 Gent. Tel. 09/220.88.58 Fax. 09/220.83.58 E-mail: deboomgaard@gent.be
De Boomgaard is een gemengde freinetbasisschool, die behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijs van de Stad Gent. De school organiseert lessen voor kinderen die de leeftijd van 2 ½ jaar bereikt hebben (kleuters) en voor leerplichtige schoolkinderen (lager).
De school onderschrijft het pedagogisch project van haar schoolbestuur, dat door de gemeenteraad werd goedgekeurd (zie bijlage 1).
Onze klaspraktijk steunt op de ideeën van Célestin Freinet, die een aantal technieken heeft aangereikt waarmee we deze uitgangspunten kunnen realiseren.
Hij heeft een beweging van praktijkmensen op gang gebracht waarin die ideeën reeds decennia worden besproken en verder uitgewerkt. Een dergelijke grondige onderwijsvernieuwing kan trouwens maar waar gemaakt worden door samenspraak o.a. in wekelijkse teamsamenkomsten. Ook overleg met de ouders en kinderen is van wezenlijk belang.
Ouders die hun kinderen laten inschrijven krijgen de nodige informatie (brochures, gesprek over de werking, bezoek aan de groepen) en verklaren zich akkoord met onze visie op onderwijs en opvoeding.
In principe wordt de basisschool doorlopen in 4 leefgroepen:
Leefgroep 1: kleuters van 2,5 tot 5 jaar
Leefgroep 2: 1ste en 2de leerjaar
Leefgroep 3: 3de en 4de leerjaar
Leefgroep 4: 5de en 6de leerjaar
De klassenraad (team van personeelsleden eventueel aangevuld met externe deskundigen bv. CLB en PBD) bepaalt de indeling van de groepen.
Het leerplan dat door de school gevolgd wordt, werd door het schoolbestuur goedgekeurd. Dit leerplan werd opgemaakt door het Onderwijs-secretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) en is gebaseerd op de ODET.
De Boomgaard ontvangt van het Departement Onderwijs jaarlijks weddentoelagen voor haar organiek onderwijzend personeel en werkingstoelagen op basis van haar leerlingenaantal. Dit via de aanwending van het lestijdenpakket dat elk jaar wordt geactualiseerd.
De klassenraad is een team van leerkrachten en zorgcoördinator (eventueel aangevuld met externe deskundigen: CLB) dat onder leiding van de directie de verantwoordelijkheid draagt voor de begeleiding van en het onderwijs aan een bepaalde leerlingengroep of een individuele leerling.
De inschrijving gebeurt aan de hand van één of meer officiële documenten waarop de correcte naam en geboortedatum en het rijksregisternummer vermeld staan zoals:
het identiteitskaartje van het kind met gemeentestempel
de SIS-kaart
het bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister
de reispas voor vreemdelingen
een uittreksel uit de geboorteakte
het trouwboekje of een attest van de gezinssamenstelling
bewijskaartje van tuberculose-opsporing (enkel voor anderstalige nieuwkomers)
Bij de eerste inschrijving ontvangen de ouders volgende documenten:
Van elke leerling wordt een persoonlijke fiche samengesteld die zoveel mogelijk nuttige gegevens over de leerling bevat. De ouders zijn eraan gehouden elke wijziging in de persoonlijke toestand zo vlug mogelijk aan de school door te geven. Teneinde het recht op privacy van de individuele persoon te vrijwaren, kan het leerlingendossier slechts ingekeken worden door de ouders van de ingeschreven leerlingen (enkel het dossier van hun eigen kind), de directie of de personeelsleden met medeweten van de schooldirectie.
Kleuters mogen pas worden ingeschreven in de school vanaf de datum dat ze de leeftijd van twee jaar en zes maanden bereikt hebben.
Als zij jonger zijn dan drie jaar, worden zij slechts toegelaten vanaf de instapdatum na hun inschrijving.
Er zijn 7 instapdata:
de eerste schooldag na de zomervakantie
de eerste schooldag na de herfstvakantie
de eerste schooldag na de kerstvakantie
1 februari
de eerste schooldag na de krokusvakantie
de eerste schooldag na de paasvakantie
de eerste schooldag na hemelvaart
Voor een kleuter die de leeftijd van drie jaar bereikt heeft, hoeft geen rekening te worden gehouden met de instapdata.
Om toegelaten te worden tot het lager onderwijs moet de leerling zes jaar zijn voor 1 januari van het lopende schooljaar. In principe duurt lager onderwijs zes jaar.
Sommige leerplichtige kinderen zijn nog niet rijp om lager onderwijs aan te vatten. Ze kunnen, ingevolge een beslissing van de ouders, het eerste jaar van de leerplicht nog doorbrengen in de kleuterschool. Er zijn twee adviezen vereist: één van de klassenraad en één van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Deze kinderen worden in de kleuterschool ingeschreven en meegeteld. De schoolbijwoning is verplicht.
Kleuters die voortijdig naar de lagere school gaan, worden als leerplichtig beschouwd en moeten dus regelmatig naar school komen. Ze kunnen in het eerste leerjaar van de lagere school worden aanvaard, ingevolge een beslissing van de ouders. Er zijn twee adviezen vereist: één van de klassenraad en één van het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB). Deze kinderen worden in de lagere school ingeschreven en meegeteld.
Een leerling kan maximaal acht jaar in het lager onderwijs doorbrengen. Voor de toelating tot het achtste jaar is een schriftelijk gunstig advies van de klassenraad en het bevoegd CLB vereist.
Kleuters en leerlingen van het lager onderwijs kunnen van school veranderen in de loop van het schooljaar. Vanaf 1 september 1997 ligt de verantwoordelijkheid voor schoolverandering volledig bij de ouders. Zij oordelen of het verantwoord is dat hun kind in de loop van het schooljaar van school verandert.
Bij de schoolverandering in de loop van het jaar is de nieuwe inschrijving rechtsgeldig vanaf de eerste schooldag na de mededeling van de inschrijving door de directeur van de nieuwe school aan de directeur van de oorspronkelijke school. Deze mededeling gebeurt ofwel met een aangetekend schrijven of bij afgifte tegen ontvangstbewijs. In geval van betwisting over de rechtsgeldigheid van de inschrijving geldt de datum van de poststempel van de aangetekende brief of de datum van het ontvangstbewijs als datum van de mededeling.
Schoolverandering van het gewoon naar het buitengewoon onderwijs is slechts mogelijk als de leerling over een inschrijvingsverslag beschikt waaruit blijkt welk type van het BO voor hem is aangewezen. Dit verslag wordt opgesteld door een erkend CLB-centrum. Voor leerlingen die onderwijs van type 5 in het ziekenhuis volgen is geen protocol vereist.
In de kleuterschool wordt geen godsdienst - zedenleer keuze gemaakt.
Principe: In officiële scholen, die als openbare dienst onderwijs verstrekken aan de gemeenschap, dienen de verschillende levensbeschouwelijke opvattingen van de leerlingen (in casu de ouders) strikt geëerbiedigd te worden.
De mogelijkheid bestaat dat de leerlingen per week 2 lestijden cursus volgen in één van de wettelijk erkende erediensten dwz. de katholieke, protestantse, israëlische, anglicaanse, islamitische, orthodoxe godsdienst en de niet-confessionele moraal.
Bij de eerste inschrijving van een leerplichtig kind bepalen de ouders bij ondertekende verklaring of hun kind een cursus in één van de erkende godsdiensten of een cursus in de niet-confessionele zedenleer volgt.
Bij de aanvang van elk schooljaar hebben de ouders of de personen aan wie de hoede over de kinderen is toevertrouwd, 8 kalenderdagen de tijd om hun keuze te maken en/of te wijzigen. Daartoe vullen zij een keuzeformulier in dat die keuze bevestigt.
Ouders die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer kunnen op aanvraag bij de directeur een vrijstelling bekomen. De regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast.
In geval van vrijstelling worden de ouders geacht de kinderen een opdracht mee te geven. Er worden geen huistaken en/of andere schooltaken gemaakt. De school waakt erover dat de vrijgestelde leerlingen, de vrijgekomen lestijden gebruiken voor de studie van hun eigen religie, filosofie of moraal. Na deze periode is geen wijziging meer mogelijk gedurende het lopende schooljaar.
In september kunnen de ouders een nieuw formulier aanvragen op het secretariaat om hun keuze te wijzigen. Zoniet blijft de keuze van het vorige schooljaar gehandhaafd.
De voorziene cursussen worden gegeven door een leermeester in de betreffende godsdienst/niet-confessionele moraal. In juni gaat er een info-moment door in de klassen 2de leefgroep voor nieuwe ouders. Daar krijgen zij een info-document rond levensbeschouwing mee.
Elke leerkracht stelt nogmaals kort haar/zijn cursus voor bij het begin van het schooljaar tijdens de eerste ouder-infovergadering.
Klasuren op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag:
Klasuren op Woensdag
De aanwezigheidsregisters worden onmiddellijk na de aanvang van het eerste lesuur ingevuld. Dit ongeacht de aard en de plaats van de activiteit (bv. lichamelijke opvoeding).
Wij dringen er bij de ouders ten zeerste op aan een inspanning te doen opdat de kinderen tijdig in de klas zouden zijn. De praatronde waarmee de dag start in het lager onderwijs is onlosmakelijk verbonden met de daaropvolgende activiteiten. In de kleuterafdeling start de dag met vrij hoekenwerk. Op tijd komen is een goede attitude ook in de kleuterafdeling. Het is niet prettig dat kinderen te laat komen. Het klasgebeuren is dan volop bezig en het is voor hen dan ook moeilijk om aan te sluiten bij de les.
Zie richtlijnen i.v.m afwezigheden en te laat komen in het schoolreglement. Het gaat om artikel 8-9- 9bis, 9ter, 10 in hoofdstuk 3.
De ouders melden de afwezigheid, indien mogelijk, ook telefonisch aan het secretariaat.
Het is de Vlaamse Gemeenschap die de vaste vakantiedagen bepaalt. Dit zijn o.a.: de herfstvakantie, de kerst- en nieuwjaarsvakantie, de krokusvakantie, de paasvakantie en de zomervakantie.
Facultatieve vakantiedagen
Het schoolbestuur legt verder 4 halve vrije dagen vast, dit volgens de plaatselijke behoeften. Deze worden elk jaar opnieuw d.m.v een omzendbrief en jaarkalender kenbaar gemaakt.
Pedagogische studiedagen voor de leerkrachten en kinderverzorgsters
3 halve dagen of 1,5 dag.
Buiten de gewone lesuren is de school toegankelijk voor alle leerlingen die er op regelmatige wijze zijn ingeschreven. In deze tijdspanne staan de kinderen onder toezicht van speciaal aangestelde toezichters.
Ouders of derden die een kind ophalen in de naschoolse opvang melden zich bij aankomst bij de toezichthouder.
Kleuters :
De opvang van de kleuters gebeurt door paramedisch personeel (kinderbegeleidsters).
Lager :
Voor de lagere schoolkinderen worden socio, middag en avondtoezicht gedaan door mensen van buiten de school. Ouders kunnen met vragen of problemen rechtstreeks bij deze mensen terecht. Op het secretariaat kan men zich informeren wanneer deze mensen bereikbaar zijn.
Bij afwezigheid van de externe toezichthouders wordt de taak overgenomen door pedagogisch en administratief personeel volgens een intern opgestelde regeling.
Het voortoezicht wordt dagelijks georganiseerd van 7u30 tot 8u20 voor de kinderen die op school komen voor de aanvang van het eerste lesuur van de voormiddag.
De opvang van kleuters wordt verzorgd door de kinderbegeleidsters.
De opvang van de lagere schoolkinderen gebeurd door pedagogisch personeel.
Per halve lesdag is voor kinderen van het kleuter en lager onderwijs een speeltijd van 15 minuten voorzien.
Het toezicht is hierbij verzekerd door kinderbegeleidsters en leerkrachten.
Tijdens de middagpauze kunnen de kinderen, onder toezicht, op school bestelde of van huis meegebrachte voedingswaren nuttigen.
De Stad Gent doet voor de levering van de warme maaltijden beroep op een cateringbedrijf.
Er kan een keuze worden gemaakt tussen een traditioneel menu of een vegetarische maaltijd. Ook alternatieve maaltijden zijn te bestellen voor kinderen die omwille van religieuze redenen geen varkensvlees mogen eten.
Bestellen kan via een bestelformulier. De school moet het aantal maaltijden twee weken vooraf meedelen aan het cateringbedrijf, wie het bestelformulier te laat ingeeft kan geen gebruik maken van een warme maaltijd.
Lager : Aansluitend is er gelegenheid tot ontspanning tot de aanvang van de lessen in de namiddag. Het middagtoezicht gebeurt door mensen van buiten de school
Kleuter : Kleuters die zijn ingeschreven in het dagverblijf, worden over de middag opgevangen en begeleid door de kinderbegeleidsters.
De kinderen die niet in de avondopvang blijven dienen ten laatste om 16u00 te worden afgehaald. Zowel de kleuters als de lagere schoolkinderen kunnen onder begeleiding op school blijven. De lagere schoolkinderen maken een keuze uit ontspanning of uit het verder afwerken van taken. Het avondtoezicht is verzekerd door mensen van buiten de school tot 18u00 Het toezichthoudend personeel rekent erop dat alle leerlingen om 18u zijn afgehaald.
Afwijkingen hierop kunnen, behoudens overmacht, niet aanvaard worden. Het is de toezichters toegestaan, na verwittiging van de ouders, de overblijvers te melden aan het secretariaat. Het secretariaat factureert per kwartier bij volgens vastgestelde prijzen van de stad. De vastgestelde bedragen worden elk schooljaar opnieuw vermeld in één van de eerste nrs. van het Boomgaardnieuws.
Niet-afgehaalde kinderen blijven 's avonds max. een half uur onder toezicht van de toezichthouder op school of dagverblijf. De toezichthouder onderneemt stappen om de ouders, verwanten of kennissen, geregistreerd op de persoonlijke fiche van het kind, te bereiken.
Is het kind niet afgehaald om 18u30 dan volgt de volgende procedure:
op ma, di, wo en do brengt men het kind naar het Kleintjesoord, Olijfstraat 44 te 9000 Gent, tel. 09/226.19.00.
op vrijdag brengt men het kind naar kinderhotel ‘Het Sloeberhof’ te Evergem. De kosten worden betaald door de ouders :
vervoerskosten (taxi heen en terug)
verblijfskosten Kleintjesoord of Kattekwaad.
Kleuter : De kleuters kunnen tussen 12u10 en 18u00 terecht bij de kinderbegeleidsters in het dagverblijf
Lager : De woensdagnamiddagopvang is gestart vanuit de bekommernis om zinvolle begeleiding te voorzien voor leerlingen van de lagere school voor de ouders die dit wensen. De deelname van de leerlingen behelst dus in wezen een regelmatige inschrijving en aanwezigheid en geen occasioneel volgen van de activiteiten. Deze opvang is betalend. Het is een heterogene groep leerlingen die de 6 leerjaren van de lagere school omvat, begeleid door twee externe medewerkers per 30 leerlingen. De aard van de activiteiten wordt bepaald door de begeleider die een evenwicht nastreeft van manuele, lichamelijke, culturele en ontspannende opdrachten. Voor bepaalde activiteiten zal een financiële tussenkomst van de ouders worden gevraagd (b.v. zwemmen)
De woensdagnamiddag omvat 3 blokken:
12u10 - 13u00 eetmaaltoezicht
13u00 - 16u00 socio-activiteiten
16u00 - 18u00 avondtoezicht
Voor de lagere schoolkinderen is er geen opvang voorzien op de eerste en laatste woensdagnamiddag van het schooljaar.
Tijdens de pedagogische vergaderingen, is er opvang door paramedische personeel (kinderbegeleidsters) voor alle kleuters en kinderen uit het eerste en tweede leerjaar voorzien.
De opvang verloopt van 7u30 tot 18u00.
De kostprijs is die welke elke kleuter betaalt in het dagverblijf.
Kinderen die van hun ouders de toelating krijgen om alleen naar huis te gaan ‘s middags of ‘s avonds moeten hiervan een schriftelijk bewijs voorleggen op het secretariaat. Het secretariaat brengt deze documenten onder in de map van de toezichters.
De school neemt de veiligheid van kinderen ernstig.
Iedereen draagt op zijn niveau bij tot het realiseren van een veilige en leefbare school :
Elke ouder is via de opvoeding van de kinderen mede verantwoordelijk voor de veiligheid op school.
Onveilige situaties worden onmiddellijk meegedeeld aan de klasleerkracht en/of de directie.
De verplichtingen van de school worden vastgesteld via wettelijke en reglementair vastgestelde verplichtingen en algemene voorzorgsnormen.
De school is niet aansprakelijk voor diefstallen. Diefstal (of een vermoeden van diefstal) wordt zo snel mogelijk aan de klasleerkracht én de directie meegedeeld.
Elke regelmatig ingeschreven leerling van de school (kleuter en lager) is verzekerd voor schoolongevallen bij ETHIAS (het vroegere OMOB), voor lichamelijke letsels die hem kunnen overkomen gedurende zijn verblijf op school of tijdens een activiteit in schoolverband.
De school is echter NIET aansprakelijk voor materiële schade die niet door de schoolverzekering worden gedekt of die het gevolg zijn van opzettelijke daden die materiële en/of fysieke schade aan derden veroorzaken.
Concreet betekent dit dat kinderen die door opzet of onaanvaardbaar wild gedrag schade toebrengen aan materiaal en er niet in slagen het te herstellen, een vervangend stuk van henzelf meebrengen naar school.
In geval van grote schade zal een regeling via de persoonlijke familiale verzekering van de ouders worden voorgesteld.
In eerste instantie worden medische zorgen verstrekt in het ziekenhuis Jan Palfijn - spoedopname.
Elke ouder is echter gerechtigd voor verdere verzorging een arts of gezondheidscentrum van zijn keuze te nemen.
De ouders worden zo vlug mogelijk geïnformeerd bij een ongeval waarbij lichamelijk letsel werd veroorzaakt.
Eens de eerste zorgen zijn toegediend, komt de verdere afhandeling van de verzorging aan de ouders toe.
De gedekte risico's worden tevens uitgebreid tot schadegevallen bij het gebruik van de kortste weg school/thuis, voor en na de lessen en tot alle activiteiten waarvan kan worden aangetoond dat zij in school/klasverband werden meegemaakt, zowel binnen als buiten de schoolmuren.
Elk ongeval dient te worden gemeld met een aangifteformulier van ETHIAS dat zo spoedig mogelijk na het ongeval, correct en volledig ingevuld door school-ouders-dokter, via de school toegestuurd wordt naar de verzekeringsmaatschappij.
Alle onkosten die door de betrokken ouders zelf nadien worden gedragen (voor nazorg, medicijnen, e.d.) dienen gerechtvaardigd te worden door een bewijsstuk van betaling dat door het ziekenfonds op eenvoudige aanvraag wordt afgeleverd.
Het secretariaat stuurt alle documenten naar de betrokken verzekeringsmaatschappij die instaat voor de verdere afhandeling.
De school streeft ernaar om zo weinig mogelijk cash geld te ontvangen.
Betalingen gebeuren via maandelijkse facturen met een domiciliëringsopdracht.
Bij betwisting van het bedrag wordt de betalingsopdracht niet stopgezet.
Een (eventuele) rechtzetting wordt verrekend in de eerstvolgende factuur.
De volgende kosten kunnen op de factuur voorkomen:
melk/yoghurt
avondopvang
middagtoezicht
maaltijden
(meerdaagse) uitstappen, projectkosten, occasionele activiteiten
Bij het begin van het elk schooljaar wordt een lijst meegegeven met de actuele prijzen.
Aanpassingen worden steeds voorafgaandelijk bekend gemaakt.
Betaalde diensten: zie bijdrageregeling
Kleuters
De ouders van kleuters verbinden zich ertoe om maandelijks te betalen. Dit kan (liefst) via domiciliëring of cash via het dagverblijf.
Tijdens verlofperiodes gebeuren de geldverrichtingen voor de kleuters in het dagverblijf op de eerste dag dat het kind naar de opvang komt. Het tienuurtje, het vieruurtje, de kookdagen en uitstappen worden cash en zoveel mogelijk met gepast geld betaald.
Lager
De ouders van lagere schoolkinderen betalen maandelijks via domiciliëring of overschrijving via het secretariaat.
Overzicht van kosten gedragen door de ouders:
Detailoverzicht met prijzen van de hierboven vermelde onkosten gedragen door de ouders worden bij de aanvang van elk schooljaar of in de loop van het schooljaar meegedeeld
Alle leden van het schoolteam verdedigen een open en faire omgangsvorm, namelijk deze van de "directe communicatie". Kinderen, ouders en schoolteam bouwen zo aan een open school met plaats en begrip voor eenieders mening.
Ouders met persoonlijke opmerkingen, mededelingen, ongerustheden spreken in de eerste plaats de klastitularis van hun kind aan. Indien dit voor hen moeilijk is kan ook een afspraak worden gemaakt voor een gezamenlijk overleg waarop zijzelf, de klastitularis en de directie aanwezig zijn.
Ouders kunnen een gesprek aanvragen met directie om klasoverschrijdende zaken te bespreken. Dit gebeurt in aanwezigheid van de zorgcoördinator of een andere leerkracht die als verslaggever optreedt.
De school moedigt informele contacten op geregelde tijdstippen aan
Gebeuren bij de aanvang en het einde van elk schooljaar.
Deze zijn bedoeld om :
Gedurende het schooljaar is er de optie om één avond in te richten waarop elke groep aan geïnteresseerden toont waar ze over gewerkt hebben. Een andere optie kan zijn dat de leefgroepen op regelmatige basis een projectvoorstelling geven in hun klas of de zaal waartoe alle ouders uitgenodigd worden. De school engageert zich om jaarlijks een atelierweek te houden welke eveneens kan eindigen in een kijkavond of schoolfeest.
De ouders krijgen twee keer per jaar (voor kerstvakantie en einde schooljaar) uitgebreide informatie over het gedrag, de houding, de vorderingen van hun kind(eren) via een schriftelijk verslag met daarop volgend een individueel gesprek met de leerkracht.
Daarbuiten wordt er geregeld kortere informatie gegeven via agenda (aan welk project het kind werkt, wat het weekplan is, waar het staat voor lezen e.d…) of kunnen ouders een afspraak maken met de leerkracht.
Ouders worden uitgenodigd om mee te denken over de school, de uitgangspunten en de concrete realisatie ervan. In de overlegvergadering "overleggen" een afvaardiging van het team en de ouders over de praktische werking van de school en de problemen die zich hierbij (kunnen) stellen.
Een agenda met uitnodiging wordt hiertoe tijdig uitgehangen.
Elk jaar, in september, worden de doelstellingen en de werking van de ouderoverlegvergadering tijdens een informatieavond toegelicht.
Binnen de ouderoverlegvergaderingen kunnen werkgroepen gevormd worden die de organisatie van bepaalde activiteiten op zich neemt.
Rond specifieke problemen en activiteiten kunnen al dan niet permanente werkgroepen van ouders opgericht worden (bv. werkgroep verkeer, werkgroep muziek, werkgroep.speelplaats, werkgroep communicatie,…
De school moet soms beroep doen op occasionele hulp van de ouders en grootouders :
als leesmoeder / leesvader
bij sport / speldag
als chauffeur
als klusjesvader/moeder/oma/opa
bij organiseren van feesten, enz
Het feestcomité staat in voor de organisatie van tal van activiteiten op school. Een etentje met fuif, kinderfeesten, schoolfeest, familie-uitstappen behoren tot de mogelijkheden. Het feestcomité is een vaste groep. Ze doet elk jaar een oproep voor nieuwe leden. Ook vrijwilligers die zich engageren voor één activiteit zijn welkom.
Ouders die meewerken aan buitenschoolse activiteiten of hulp verlenen tijdens de lesuren zijn verzekerd mits ze hun naam inschrijven in het centrale register dat klaarligt op het secretariaat.
Het heen- en weermapje : waarin zowel leerkrachten als ouders van de eerste leefgroep berichtjes kunnen uitwisselen
De schoolagenda : Ouders en leerkrachten kunnen berichten uitwisselen en afspraken vastleggen.
Informatiedocumenten: aankondigingen, facturen, het Boomgaardnieuws (schoolkrant voor ouders en kinderen), enz… Voor elk gezin is een postvakje voorzien in de documentatiekast in de schoolgang. Het is belangrijk dat de ouders hun postvakje dagelijks controleren op schoolberichten.
De klaskrant
Digitaal communicatiekanaal
De school beschikt over een database die jaarlijks aangepast wordt waarin alle leerlingen, klasgroepen, titularissen en oud-leerlingen ondergebracht zijn. Naargelang de aard van het bericht kunnen alle ouders of individuele klasgroepen gemaild worden.
Lichamelijke opvoeding (LO) wordt in de lagere school gegeven door een bijzondere leermeester LO. Binnen het lestijdenpakket wordt minimum 2 lestijden per week per leefgroep aan lichamelijke opvoeding besteed.
Kleuters turnen 2 lestijden per week, gegeven door een bijzondere leerkracht LO.
Zwemmen
Lager
De zwemlessen voor de lagere schoolkinderen gaan door in het Gemeentelijk zwembad “Strop”.
Zwemmen staat als verplicht vak op het programma van de lagere school. Afhankelijk van de leeftijdsgroep kan dat gaan van watergewenning tot recreatiezwemmen.
Op het einde van elk schooljaar worden de voor elke leeftijdsgroep voorziene proeven afgenomen die recht geven op het overeenstemmend brevet.
Deze brevetten, worden op voorstel van de leermeester L.O., door de ouders aangekocht.
De kleuters 1, 2 en 3 gaan éénmaal per maand zwemmen in het zwembad van het Instituut Bert Carlier (Oudenaardsesteenweg 74 Gent) onder begeleiding van een leerkracht en ouders. De kleuters 3 krijgen 2-wekelijks een extra beurt zwemmen onder begeleiding van de leerkracht L.O. in het Gemeentelijk zwembad “Strop”.
Indien het vervoer naar en van het zwembad niet kan geregeld worden met een schoolbus wordt beroep gedaan op vrijwillige ouders met een wagen. Zonder schriftelijk bezwaar van de ouders wordt verondersteld dat zij akkoord gaan met deze regeling.
De kinderen van het lager gaan 2-wekelijks zwemmen in het Gemeentelijk zwembad “Strop” met uitzondering van de 2de leefgroep die wekelijks zwemmen. De leerlingen gaan te voet onder begeleiding van de leerkracht.
De kinderen zijn verzekerd via de schoolverzekering voor deze verplaatsing en voor de activiteit in het zwembad.
Met het oog op de noodzakelijke hygiëne van de kinderen is voor de lessen bewegingsopvoeding aangepaste, afzonderlijke kledij verplicht :
Turnen: turnpakje of turnbroekje, T-shirt, turnpantoffels. De turnkledij wordt ten minste voor iedere vakantie meegenomen naar huis voor een wasbeurt.
Zwemmen: zwembroek of zwempak, zwemmuts en handdoek in een sporttas. Het zwemmateriaal gaat na gebruik onmiddellijk mee naar huis.
Het rooster voor de lessen L.O. wordt aan de kinderen meegedeeld en blijft het ganse schooljaar geldig.
EMA zijn activiteiten van meer dan één schooldag, georganiseerd voor kinderen van een klasgroep, die plaatsvinden buiten de schoolmuren.
Zij hebben een onderwijzend- en opvoedend karakter. De organisatie ervan is ingekaderd in het pedagogische project van de school en worden als een normale schoolactiviteit beschouwd..
Worden als EMA beschouwd (en kunnen in die zin voor organisatie in aanmerking komen): geïntegreerd werkperiode of openluchtklas (voor bos-, zee-, hei-, polder-, en sportklas), avonturenweek, pedagogische uitstappen, schoolreizen, taalvaardigheids- en uitwisselingsprojecten, integratieprojecten tussen scholen en netten.
Men streeft ernaar om alle kinderen te laten deelnemen aangezien de EMA deel uitmaken van het leerprogramma.
Voorwaarden en bijdragen
Zie schoolreglement van de Stad Gent artikel 50
Per schooljaar kunnen ingericht worden:
4de leefgroep (5e en 6e leerjaar): max. 10 lesdagen (ook in het buitenland)
2e en 3e leefgroep (1e , 2e , 3e en 4e leerjaar): max. 5 lesdagen in het binnenland.
Bij sommige mutualiteiten kunnen ouders een aanvraagformulier bekomen voor tussenkomst openluchtklassen. Het document wordt ingevuld op het schoolsecretariaat en ondertekend door de directie.
Doelsparen
Ouders kunnen gebruik maken van een spaarplan om de financiële piek te spreiden. Het is een manier om kinderen te leren meesparen en hen te laten ervaren dat niet alles vanzelfsprekend is. Het spaarplan op zich bestaat uit het aanrekenen van een vrij te bepalen bedrag per maand op de factuur. Dit bedrag wordt maandelijks overgeboekt op de spaarrekening van de school zodat er telkens een aangroei is. Dit spaarplan kan starten vanaf de eerste leefgroep. Het is een heel soepel systeem waarbij de bedragen telkens kunnen worden aangepast en waar men tevens op elk moment kan uitstappen. Info op het secretariaat te verkrijgen.
Leerwandelingen en bezoeken zijn onderwijskundige activiteiten die voorzien worden binnen een bepaald project.
De ouders krijgen vooraf de informatie over de leerwandeling mee naar huis. De dag van de uitstap zelf brengen de kinderen de gevraagde of vermelde zaken mee naar school.
Kinderen, ouders en schoolteam werken samen aan een veilig schoolklimaat.
De kinderen leren omgaan met de waarden en normen die de cultuur van onze freinetschool weerspiegelen. Ze zijn gebaseerd op een fundamenteel respect voor de eigen persoonlijkheid en respect voor de anderen, het materiaal en de omgeving.
Binnen de school, als organisatiestructuur, ontstaan en gelden gedragscodes met duidelijke afspraken die door alle participanten aan de schoolgemeenschap dienen gekend te zijn en te worden gerespecteerd. Ze worden besproken met en eventueel aangevuld door :
· de kinderen op de klas- en schoolraad
· de ouders op de ouderoverlegvergaderingen
· het schoolteam op de teamvergaderingen
De bedoeling van de afspraken is de hierboven genoemde participanten duidelijk in te lichten i.v.m. de schoolorganisatie, zodat ze weten wat van hen verlangd wordt in de omschreven situaties en hoe zij kunnen reageren bij het ontstaan van eventuele conflicten.
Voor de kinderen kunnen, na onderlinge afspraak tussen kinderen en leerkrachten, leefregels worden opgesteld op het vlak van stiptheid, orde, zorg, netheid en houding t.o.v. anderen op school. Tevens kan hierbij ook aangegeven worden welke de gevolgen kunnen zijn bij het niet naleven van die regels.
Problemen en suggesties (i.v.m. de kinderen of met de organisatie van de school) kunnen steeds besproken worden met de klasleerkracht, de klasouder, directie en/of zorgcoördinator.
Naast de basisafspraken ontstaan in samenspraak met de kinderen via klas- en schoolraad afspraken, die na verloop van tijd kunnen wijzigen of hun noodzaak kunnen verliezen. Alle doelgroepen worden eveneens op de hoogte gebracht van deze afspraken.
De school verwacht dat de ouders meehelpen aan de bewustmaking van de waarden, normen en afspraken bij de kinderen.
Buiten de school
Ouders die als begeleiders optreden bij klas- of schooluitstappen en leerwandelingen, dienen zich aan de afspraken te houden die gelden in de groep opdat de uitstappen optimaal zouden verlopen voor alle kinderen. Indien nodig nemen begeleiders en leerkrachten vooraf nog een aantal afspraken door.
Pesten
Afspraken met leerlingen over pesten.(bijlage 3)
Pesten is onaanvaardbaar gedrag. Indien dit zich toch voordoet, wordt samen met de kinderen naar oplossingen gezocht waar iedereen beter van wordt. Zowel de gepeste als pester krijgt de nodige ondersteuning. Indien de pesterijen aanhouden worden de ouders op de hoogte gebracht.
Ook hier is een goede samenwerking van belang.
Ouders die vaststellen dat hun kind of een ander kind gepest wordt op school melden dit dan ook best onmiddellijk.
Milieu
Het is de taak van de school om met de kinderen, vanuit hun ervaringen en opvattingen het thema milieu te verkennen en met hen naar oplossingen te zoeken. Zo leren kinderen bewust en verantwoord met het milieu om te springen. Op klas- en schoolniveau worden een aantal keuzes gemaakt en werkpunten afgesproken rond één of meerdere terreinen :
De school werkt bewust mee aan het verkleinen van de afvalberg.
De medewerking van de ouders is daarbij noodzakelijk, dit kan door :
Gezondheid
Op school wordt niet gesnoept of kauwgum gebruikt. Bij feestelijkheden wordt gekozen voor gezonde traktaties: fruit, rauwe groenten met dipsausjes, zelfgemaakte cakes, koekjes, enz…
De school houdt 1 fruitdag in de week. Die dag brengen de kinderen geen koekjes mee maar een stuk fruit.
Orde en netheid
Om beurt is een klasgroep verantwoordelijk voor de orde en netheid binnen de school. Deze kinderen zorgen ervoor dat de speelplaats en het Blubbersteegje (plaats waar afval wordt gesorteerd in afvalcontainers) netjes blijven. Ze zetten andere groepen ertoe aan om de gangen en de eetzaal op te ruimen. Ze hanteren hiervoor floep en het dagboek. Hierin tekenen of schrijven ze hun besluiten op. Deze worden besproken in de schoolraad.
Men verwacht dat kinderen opruimen alvorens de klas of de school te verlaten. Men vraagt aan ouders hun kinderen daartoe aan te moedigen.
Verloren voorwerpen
Er bevinden zich twee kisten in de tussengang naar de speelplaats. Een kist voor de ‘verloren kledij’ en een kist voor ‘verloren’ voorwerpen.
Jassen, sportzakken, schoenen, mutsen, speelgoed, enz… die in de gangen blijven rondslingeren, worden verzameld in de respectievelijke kisten. De verloren brooddozen worden onder de vakjeskast in een mand gedeponeerd.
Eenmaal per trimester worden de gevonden zaken uitgestald op een tafel in de gang. Wat op het einde van de week niet is meegenomen door ouders en kinderen gaat naar de kringloopwinkel of een vierde wereld organisatie.
Gebruik van gsm
Leerlingen die uit praktische overwegingen een gsm meekrijgen naar school, schakelen deze uit tijdens de lesuren. Concreet betekent dit dat de gsm wordt uitgeschakeld bij het binnenkomen van de school en pas opnieuw wordt aangelegd bij het verlaten van de school.
Elektronische spelletjes
Elektronische spellen zoals game-boys, mp3 e.a speeltjes worden niet toegelaten op school.
Publicaties
De werking van de school wordt voorgesteld op de website, een folder en mogelijks andere publicaties. Hiervoor gebruikt de school fotomateriaal van allerlei activiteiten.
De ouders tekenen een dokument voor akkoord waarin ze zich akkoord verklaren met het gebruik van foto’s waarop hun kind(eren) herkenbaar (zijn) zowel op de website als op publicaties die van de school uitgaan of in samenwerking met de school gebeuren.
De school werkt nauw samen met het CLB. Elk jaar wordt een afsprakennota afgesloten.
De afsprakennota ligt ter inzage in het bureel van de directie. De namen en coördinaten van het begeleidingsteam worden elk schooljaar medegedeeld en zijn steeds opvraagbaar in het secretariaat. Z hangen eveneens uit in de inkom.
Besmettelijke ziekten
In het schoolreglement van Onderwijs - Stad Gent staat een overzicht van de door ouders aan te geven besmettelijke ziektes.
Ouders brengen het secretariaat steeds zo snel mogelijk op de hoogte bij besmettelijke ziektes van hun kind of in het gezin.
Hoofdluizen
Pediculosis (hoofdluizen) komt voor in het lijstje.
Ouders die bij hun kind luizen en/of neten vaststellen, zijn verplicht de school hierover in te lichten. Indien de school bij een kind luizen en/of neten vaststelt worden de ouders hiervan op de hoogte gebracht en dienen zij hun kind(eren) onmiddellijk te behandelen.
Pedagogische begeleidingsdienst (PBD)
De Pedagogische begeleidingsdienst ondersteunt de school op allerlei vlakken. De hoofdopdracht van de PBD bestaat uit de begeleiding en nascholing van leerkrachten. Interventies van de PBD kunnen zowel plaatsvinden op school als daarbuiten, tijdens of buiten de schooluren. Een uitgebreid overzicht over de werking van de PBD en haar medewerkers vindt u op de webpagina, te bereiken via http://www.gent.be
Adres: Jubileumlaan 215 B - 9000 Gent, tel. 09/235.09.40Bijlage 1: Stad Gent - Openbaar onderwijs
Opvoedingsproject
Het Openbaar Onderwijs ingericht door de Stad Gent is een product van de fundamenteel democratische overtuiging dat verschillende opvattingen over mens en maatschappij in een gemeenschap naast mekaar moeten kunnen bestaan en dat elk lid van die gemeenschap deel moet hebben aan de besluitvorming.
De onderwijsinstellingen zullen zelf het democratisch gedachtegoed bevorderen. Zij zullen middelen creëren opdat iedereen aan de besluitvorming zou kunnen deelnemen. De school zelf zal ook een samenleving moeten zijn waarin democratisering, gelijkwaardigheid en openheid bestaan.
Het Openbaar Onderwijs ingericht door de Stad Gent heeft tot doel de jongeren begeleiden bij hun groei naar volwassenheid en burgerzin.
Hierbij moet de verstandelijke, emotionele, morele, sociale, creatieve en lichamelijke ontwikkeling harmonisch aan bod komen.
Het onderwijs ingericht door de Stad Gent behoort tot het officieel neutraal onderwijs. De stedelijke onderwijsinstellingen zijn de dragers van belangrijke waarden. Zij eerbiedigen het historisch erfgoed van de gemeenschap alsmede alle filosofische of godsdienstige opvattingen van de ouders en hun kinderen. Ze moedigen de dialoog aan, ze indoctrineren niet en bestrijden elk vooroordeel. Ze confronteren uiteenlopende opvattingen. Ze dragen bij tot de kritische en creatieve integratie van de jongeren in de multiculturele maatschappij. Ze willen hen leren samenwerken en samenleven in harmonie. Ze willen de leerlingen in staat stellen zin te geven aan hun leven.
Het Openbaar Onderwijs ingericht door de Stad Gent betracht sociale rechtvaardigheid. Het streeft naar de optimale ontplooiing van eenieders aanleg en mogelijkheden. Het houdt daarbij rekening met de verschillen tussen de leerlingen. Het bestrijdt maatschappelijk bepaalde ongelijkheden, opdat iedereen reëel gelijke kansen zou krijgen.
Elke school realiseert die doelstelling aangepast aan de eigenheid van haar leerlingen.
(Goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 17 februari 1992)
Caroline Van Nevel
Ilse Dekesel
Marc Urmel
Viviane Deplae
Carine Verschaffel
Chris De Vlaminck
Cindy De Regge
Karen De Deyne
Wendy Piens
Caroline De Zutter
Lut De Ridder (verantwoordelijke)
Marleen Vervaet
Christien Van Der Linden,
Kathleen Sleeuwaert
Anne Van Huffel
Erik Lievens
Jurgen Roegies
Eerste leefgroep:
Carine Buysse
Sandra Oers
Dienie Dhaenens
Natasha Bekaert
Tweede leefgroep (1ste en 2e leerjaar):
Pascale Van de Walle
Ingrid Heirman
Lien Robbroeckx
Derde leefgroep (3e e 4e leerjaar):
Bie Puttemans
Liesbet Van Maldergem
Vierde Leefgroep (5e en 6e leerjaar):
Cécile Modde/Chantal Tyncke
Barbara Vlaeminck
Lichamelijk opvoeding:
Ben Claeys
Katholieke godsdienst:
Nadine D’Halluin
Niet confessionele zedenleer:
Sara Willems
Islamitische godsdienst:
Akhayad Touhami
Tuncer Tapmaz
Kerkiras Gurbet
Protestantse godsdienst:
Rolf Dokter
Als je pest
1. Iedereen op school kijkt goed uit. Alle volwassenen op school zullen het melden of tussenkomen wanneer zij zien pesten
2. Belangrijke personen : Caroline en leerkrachten worden zeker ingeschakeld wanneer pesten voorkomt
3. Er wordt over gepraat Voor pestkoppen volgt er altijd een gesprek met Caroline of leerkracht
4. We maken het weer goed . Met Caroline of leerkracht wordt besproken hoe pesters het weer goed kunnen maken. De afspraken worden opgeschreven en ondertekend door de pesters. We hebben dan een "Herstelcontract"
5. Potje breken, potje betalen. Maakt de pester spullen van een ander stuk dan zal hij die financieel vergoeden
6. Ouders verwittigen. Is er een "Herstelcontract" dan worden de ouders schriftelijk op de hoogte gebracht door Caroline of leerkracht
7. Praten met elkaar (kansen krijgen) Ook meepesten of aanstoken tot pesten is erg. Er zal met het hele groepje gepraat worden.
8. Wanneer je blijft pesten, heb je hulp nodig. Als het pesten niet vermindert hebben pestkoppen een probleem. Zij hebben hulp nodig om met zichzelf te leren omgaan.
Als iemand je nodig heeft om mee te pesten...
1. Durf zeggen dat je het niet wilt doen
2. Zeg ook waarom je het niet wilt doen
3. Laat je niet gebruiken door de pester
4. Wees geen meeloper
5. Je kan de pester voorstellen om iets anders te doen: Bv. Ga voetballen , Vertel over een film, een hit, wat je dit week-end wil doen, ... Vertel een mop
Als je de pesterijen van andere kinderen niet meer leuk vindt...
1. Vertel het :
Aan een vriend
Aan de juf of meester
Aan Caroline of leerkrachten
Aan de persoon die toezicht doet
Aan je ouders
1. Vertel het onmiddellijk. Wacht niet te lang om het te vertellen want hoe langer je wacht om die nare dingen te vertellen hoe meer kans er is dat het pesten erger wordt
2. Vertel het ook al ben je niet zeker dat het om pesten gaat. Als je het niet zeker weet of als het niet duidelijk is voor je, maar je denkt het wel ga het vlug vertellen
Als je iets aan pesten wil doen
1. Pesten is flauw. Vertel aan je vrienden dat je pesten flauw vindt, zeg dat je niet begrijpt wat daar nu plezierig aan is
2. Laat duidelijk merken dat ie pesten niet goed vindt (afkeurt) Toon en zeg aan de pester duidelijk dat je, hetgeen hij/zij doet, helemaal niet goed vindt. Zeg het ook tegen de kinderen die mee pesten : doordat ze niet durven weigeren of niet durven zeggen dat ze pesten niet goedvinden, maken ze het pesten mogelijk
3. Vecht of scheldt nooit terug. Doe niet hetzelfde
4. Laat het gepeste kind niet alleen. Ga na het voorval bij het gepeste kind en laat hem of haar niet alleen
5. Geef de pester duidelijk ongelijk. Vertel aan de pester dat het pesten ook jou hoog zit en dat je er niet akkoord mee gaat
6. Pesten is niet fair, pesten is oneerijik ; Vertel dat het makkelijk is te winnen als je sterk bent of steun krijgt van de halve klas. Dit is heel belangrijk omdat gepeste kinderen anders denken dat anderen pesten normaal is
7. Caroline of leerkrachten op de hoogte brengen . Doet iets ernstig zich voor, spreek dan af wie Caroline of leerkrachten zal verwittigen
8. Uitnodigen om mee te spelen. Gepeste kinderen denken wel eens dat niemand hen nog graag heeft. Neem hem of haar daarom op in het spel en zorg dat hij of zij niet alleen blijft